Effectief leesonderwijs

De 5 sleutels voor effectief begrijpend-leesonderwijs … maar nu vanop afstand

Uit de review en praktijkgids van de VLOR komen5 didactische sleutels voor effectief begrijpend-leesonderwijs naar voren. Hier lichten we de sleutels toe specifiek met het oog op afstandsonderwijs.

We zetten de 5 didactische sleutels voor lezen via afstandsonderwijs hieronder op een rijtje. Als je de informatie liever leest als PDF-bestand, kan dat ook.

Functionaliteit

Lezen wordt zinvol als het voor kinderen functioneel is, d.w.z. dat ze lezen met een doel dat ze zelf interessant vinden, zoals een recept lezen om zelf brownies te kunnen bakken of de speluitleg van een gezelschapsspel lezen, omdat ze het spel willen spelen met een broer of zus. Ook bij afstandsonderwijs speelt functionaliteit een grote rol. Probeer dus meer dan ooit op zoek te gaan naar teksten die aansluiten bij de interesses en leefwereld van elke leerling en prikkel hen met een interessante vraag of uitdaging, zodat kinderen verleid worden om te lezen.

Concrete ideeën:

  • We spelen een spel – Laat de kinderen zelf een eenvoudig spel bedenken en de spelregels opschrijven. Alle spelregels worden gedeeld via een foto op WhatsApp of Smartschool. De kinderen proberen elkaars spelletjes te spelen door de spelregels te lezen. Daarbij hebben ze begeleiding nodig. Hoe je die begeleiding kan bieden lees je bij de sleutel ‘Strategie-instructie’. De uitdaging voor de kinderen is wel om spelletjes te bedenken waarbij ze zo weinig mogelijk materiaal nodig hebben.
  • Aan de slag! – Deel een aantal gemakkelijke knutselideetjes (bv. een paasmandje, uitgeblazen eieren, paashaasoren, originele eidopjes…) op Smartschool of via Padlet. Vraag hen om er eentje uit te kiezen en het knutselwerkje te maken aan de hand van de instructies. Help hen bij het kiezen van een knutselwerkje. Hoe je dat kan doen, lees je bij de sleutel ‘strategie-instructie’. Op het einde delen de leerlingen op hetzelfde medium een foto of een filmpje waarin ze het eindproduct laten zien.
  • Op het paasmenu – Vertel aan je leerlingen dat je nog een paar lekkere receptjes voor de paasbrunch zoekt, maar dat al je kookboeken nog bij je moeder liggen en dat je daar nu niet mag komen… Vraag je leerlingen om hun favoriete brunchreceptjes op te zoeken en door te sturen via Google Classroom. Belangrijk daarbij is dat je echt iets met bv. eieren wil maken, aangezien je kippen er elke dag leggen en je er te veel hebt. Om de leerlingen goed op weg te helpen geef je best een concrete leesinstructie rond tekstoriëntatie (in welke boeken kun je best zoeken?) enerzijds en zoekend lezen (hoe pak je deze opdracht best aan?) anderzijds.
  • Help, Corona?! – Voor veel kinderen en jongeren roept deze crisis heel wat vragen op. Geef leerlingen een informatieve tekst (bv. krantenartikel) over COVID-19 en laat hen elk een andere vraag beantwoorden op basis van de tekst, bv. Waar is het virus ontstaan?, Wie kan het krijgen?, Wat is ‘social distancing’? … De antwoorden die de leerlingen vinden in de tekst brengen ze samen op een gemeenschappelijke Padlet.
  • Hallo daar! – Verdeel leerlingen in duo’s en laat hen een brief of e-mail aan elkaar schrijven. Die opdracht kan je zowel meegeven in een filmpje als via een instructiefiche. Om leerlingen op weg te zetten kan je concreet benoemen wat er in de brief/mail moet terugkomen. Bv. Hoe vul je nu je dagen? Wat mis je het meest nu je ‘in je kot’ moet blijven? Wat vind je net leuk nu? Wat is het eerste dat je terug gaat doen eens we terug ‘uit ons kot’ mogen? Als de leerlingen hun brief of mail ontvangen lezen ze die en denken ze na over wat voor hen herkenbaar is en wat niet. Om de leesopdracht diepgaander te maken, kan je de leerlingen dat in twee kolommen laten noteren, zodat je als leerkracht ook weet of de leerlingen grondig gelezen hebben. Wekelijks kan je eventueel een nieuwe schrijf- en antwoordopdracht geven met telkens 2 nieuwe vragen in.
  • Leesvoer – Vraag je leerlingen om op zoek te gaan naar gedichten ze mooi vinden. Ze kunnen in gedichtenbundels kijken als ze die thuis hebben of online (bv. via de website van de poëzieweek). Elke leerling zet min. twee gedichten online op een platform. Alle gedichten worden door vier leerlingen gebundeld tot een mooie ‘gedichtenbundel voor uitzonderlijke tijden’. Vier andere leerlingen ontwerpen een kaft voor de bundel. Vier leerlingen schrijven de achterflap. Enz.
  • Let’s move! – Ideetje voor de turnleraars: stuur een instructiefiche door met daarop enkele bewegingsopdrachtjes (bv. squat, lunge, plank…). In zulke opdrachten zitten vaak veel rekentaal (bv. plooi je knieën in een hoek van 90°, zet je voeten evenwijdig op heupbreedte, zak loodrecht naar beneden…). Daarom werkt het het beste als je foto’s toevoegt waarop je de oefening zelf uitvoert. Zo kunnen de kinderen de moeilijke schooltaal gemakkelijker begrijpen én oppikken. Vraag de kinderen online te komen op Houseparty en laat hen de opdracht uitvoeren. Als er iets misloopt, begeleid je hen terug naar de tekst. Dan moeten ze opnieuw lezen. Je kan de leerlingen ook vragen om zichzelf te filmen en het filmpje door te sturen.

Interactie

Als we van kinderen betere lezers willen maken, dan moeten ze daarin begeleid worden. Als leerkracht speel je daarin natuurlijk een belangrijke rol, omdat net jouw interactie leerlingen prikkelt om voorkennis te activeren, moeilijke stukjes opnieuw te lezen of na te denken over wat ze gelezen hebben. Ook vanop afstand zouden we deze interactie dus moeten kunnen toevoegen aan de leeskansen die we leerlingen bieden. Dat kan ook door kinderen te laten aankloppen bij broers of zussen, ouders of klasgenootjes, maar natuurlijk ook door via sociale media of smartschool zelf in interactie te gaan met leerlingen voor/tijdens/na het lezen.

Concrete ideeën:

  • Verdeelde informatie – Je bezorgt duo’s van kinderen elk een halve tekst. Om te weten te komen wat er in de andere helft staat, zoeken de kinderen op welke medeleerling ze kunnen contacteren om via sociale media, bv. via Houseparty, Google Classroom, WhatsApp…, uit te wisselen over wat ze gelezen hebben. Samen proberen ze de hele tekst te begrijpen. Laat zeker op voorhand aan je leerlingen weten wanneer jij je zal aanmelden. Zo kunnen ze deelnemen aan een videogesprek als jij vragen beantwoordt of extra (lees)instructies geeft.
  • Zin-frase-woord – Bied een aantal verschillende teksten (bv. een gedicht, lied, opinie, kort artikel) aan en laat leerlingen kiezen welke tekst ze willen lezen. Op die manier ontstaan er groepjes van leerlingen die dezelfde tekst zullen lezen. Laat hen individueel in de tekst de zin aanduiden die voor hen de tekst samenvat. Laat hen daarna een frase (woordgroep) aanduiden die voor hen weergeeft waar de tekst over gaat. Laat hen tenslotte 1 woord aanduiden dat voor hen zegt: hierover gaat deze tekst eigenlijk. De bedoeling is dat de leerlingen hun zin, frase en woord op Padlet posten met digitale post-its. Daarna kunnen leerlingen die dezelfde tekst lazen elkaar digitaal bevragen over hun gekozen woorden, zinnen en frasen. Waarom kozen ze daarvoor? Laat hen uiteindelijk als groepje verwoorden waar de tekst volgens hen over gaat. Zorg dat de verschillende antwoorden van de verschillende groepjes voor iedereen zichtbaar zijn.

Strategie-instructie

Als ervaren lezer merk je vaak niet meer welke strategieën je allemaal inzet om een tekst te begrijpen. Zo vergeet een ervaren chauffeur ook wel in welke volgorde hij de koppeling induwt, de versnellingspook verzet, remt en aan het stuur draait. Om van kinderen goede lezers te maken, moeten we hen tonen wat je zelf doet om een tekst goed te begrijpen en jezelf aan te sturen als er iets misloopt bij het begrijpen. In de klas kan je dat gemakkelijk doen door luidop te denken, waardoor leerlingen een kijkje in je hoofd kunnen nemen. Vanop afstand is dat natuurlijk moeilijker, maar door leerlingen voor, tijdens en na het lezen enkele tips over strategieën mee te geven en hen via sociale media hulp te laten inroepen, kun je hen begeleiden bij het toepassen van de belangrijkste leesstrategieën.

Concrete ideeën:

  • Toolbox – Zet de belangrijkste leesstrategieën (zie VLOR-review, p. 17-18) op kaartjes en laat de kinderen de kaartjes eenmaal afprinten en uitknippen. Wie geen printer heeft kan op kladpapier zelf de belangrijkste leesstrategieën schrijven en er kaartjes van knippen. Daag je leerlingen uit om tijdens het lezen een kaartje te trekken als ze vastlopen op een stukje tekst. Lukt het wel door de strategie toe te passen? Indien niet, proberen ze een andere strategie.
  • Dinsdag leesdag’ – Maak elke dinsdag een filmpje waarin je als leerkracht een goede leesinstructie geeft en het eerste stuk van de tekst die je wil dat de kinderen gaan lezen, voorleest. ‘Model’ (= hardop denken) daarbij. Lees een stukje van de tekst en bots daarbij op een lees- of begripsprobleem. Gebruik de gepaste leesstrategie om dat probleem op te lossen. Door je eigen denkprocessen te verwoorden, toon je welke leesstrategieën jij als leerkracht inzet. Daag de kinderen daarna uit om een aantal vragen te beantwoorden over de rest van de tekst. De antwoorden kunnen de leerlingen samenbrengen via een Trello-bord.
  • Hoe kan je expliciet aan strategie-instructie doen als leerlingen werken aan bovenstaande, functionele leesactiviteiten? Hoe zet je de strategieën in de kijker voor de leerlingen en hoe zorg je dat zij ook met de strategie aan de slag gaan? We geven hieronder enkele concrete ideeën bij de leesactiviteiten We spelen een spel en Aan de slag! Zo kan je werken met een instructievideo waarin je (een) strategie(ën) voordoet (modelt) of je kan concrete leestips meegeven aan de leerlingen.

We spelen een spel!:

INSTRUCTIEVIDEO:

  • Maak als leerkracht een kort instructiefilmpje waarin je één of meerdere strategieën inzet bij het lezen van een spelinstructie. (modelen).

LEESTIPS:

  • Als je de spelinstructies voor de eerste keer leest, probeer je dan al eens in te beelden hoe het spelen van het spel eruit zal zien… Met hoeveel spelers zullen we zijn? Wat zullen we gebruiken als pionnen? Waar zouden we die opdrachtjes kunnen doen? … Zo zal je de spelinstructies beter begrijpen. (strategie: visualiseren)
    • Probeer het spel al eens stap voor stap te spelen tijdens het lezen van de spelinstructies. (strategie: visualiseren)
    • Weet je niet zeker of je goed bezig bent of loop je vast tijdens het spelen? Lees dat stukje tekst dan even opnieuw. Kan je weer verder? (herstelstrategie: een stukje opnieuw lezen)

Aan de slag:

INSTRUCTIEVIDEO:

  • Maak als leerkracht een kort instructiefilmpje waarin je je één of meerdere strategieën inzet bij het kiezen en uitvoeren van een knutselopdracht (modelen).

LEESTIPS:

  • Zoveel leuke ideeën! Hoe maak ik hier een keuze uit en hoe begin ik eraan? Begin niet meteen al de knutselideeën te lezen. Dat is veel werk! Lees eerst eens de titels van elk knutselwerkje en kijk naar de afbeelding van het eindresultaat: Welke ideeën vind je leuk? Welke vind je maar niets? Als de leerlingen de ideeën op papier hebben, kunnen ze twee stapeltjes maken (leuk – niet leuk) anders maken ze die in hun hoofd. (strategie: tekstoriëntatie)
    • Vergeet de ideetjes die jeniet leuk vindt. Bekijk nu welk materiaal je nodig hebt om de leuke ideeën te knutselen. Dit kan je vinden onder “materiaal”. Heb je alles in huis om dit knutselwerk te kunnen maken? Kies één van de leuke knutselideetjes waarvoor je alles in huis hebt en ga aan de slag! (strategie: tekstoriëntatie)
    • In een knutselinstructie komen we soms moeilijke woorden tegen. Begrijp je een woord niet en heb je het woord nodig om verder te kunnen? Lees de zin waarin het woord staat dan eens opnieuw. Begrijp je het woord nu? Soms kunnen de zinnen ervoor en erna ook helpen. Als je het woord nog niet begrijpt, kan je op opzoeken in een woordenboek of op het internet. Misschien vind je wel een leuke afbeelding die het woord verduidelijkt! (strategie: woordleerstrategieën)
    • Heb je het gevoel dat je niet goed bezig bent? Klopt er iets niets aan je knutselwerkje? Lees dan eens dat stukje tekst opnieuw of kijk of je op de afbeelding van het knutselwerkje kan zien hoe je verder kan. ((herstel)strategie: stukje opnieuw lezen en strategie: visualiseren)

Leesmotivatie

Kinderen doen meer moeite om een tekst beter te begrijpen als ze de tekst écht willen lezen. Die motivatie hangt sterk samen met een reden hebben om te lezen, autonomie krijgen in wat je leest, lezen wat je interesseert etc. Ook als je kinderen dus niet voor je ziet zitten, weet je als leerkracht beter dan wie anders wat elk kind graag zou kunnen lezen en welke keuzeopties je vanop afstand dus kunt aanbieden. Zo kan een tekst die moeilijk is voor een leerling, maar wel erg aansluit bij zijn of haar persoonlijke interesses ook erg motiverend werken. Het is voor kinderen immers een hele uitdaging om een moeilijke tekst toch te mogen en kunnen lezen. Zorg wel dat je dan ook oog hebt voor de sleutels ‘interactie’ en ‘strategie-instructie’.

Concrete ideeën:

  • Mijn favoriete tekst – Laat je leerlingen zelf op zoek gaan naar een tekst die ze thuis vinden en leuk vinden om te lezen. Door vragen te stellen probeer jij of proberen klasgenootjes te weten komen welke tekst het was en waarover de tekst ging. Bv. Vond je de tekst in de keuken? Heb je iets geleerd uit de tekst? …
  • Tekst gezocht! – Laat de leerlingen voor elkaar een tekst kiezen. Geef iedere leerlingen een naam van een klasgenootje en geef hen de opdracht een tekst te zoeken waarvan ze denken dat hun teamgenoot hem interessant/grappig/mooi zal vinden. Laat hen naar elkaar een berichtje schrijven met de reden waarom ze denken dat die tekst iets voor hun teamgenoot is. De andere leest de tekst en stuurt een berichtje terug met wat hij/zij ervan vond. Misschien kan er van alle teksten een soort van databank worden aangelegd achteraf, zodat alle teksten met de hele klas kunnen worden gedeeld?
  • Verhalenketting – Maak een verhalenketting met je klas. Schrijf het begin van een verhaal en stuur het via Smartschool of WhatsApp naar een van je leerlingen. Hij/zij leest jouw deel van het verhaal, schrijft er een klein stukje bij en stuurt het naar de volgende leerling. Zo moet elke leerling een stukje lezen en het verhaal begrijpen om er zelf een vervolg op te kunnen schrijven. Op het einde krijgt iedereen het verhaal te lezen.

Transfer

Je kan kinderen laten lezen in de leesles, maar ook daarbuiten liggen zoveel kansen om kinderen te stimuleren op het vlak van lezen. Als je een geschikte tekst zoekt, kan je dus net zo goed met een wiskundig vraagstuk of een WO-tekst kiezen. Zulke teksten hebben voor leerlingen vaak een veel duidelijker of authentieker leesdoel (cf. sleutel ‘functionaliteit’). Voor je afstandsonderwijs geldt dus ook dat als je kinderen teksten voorschotelt voor andere vakken, je best ook de andere sleutels toepast. Zo zorg je ervoor dat je leerlingen het stappenplan voor een muzische opdracht of de WO-tekst echt gaan begrijpen.

Concrete ideeën:

  • Geschiedenisboek – Vraag de leerlingen om een artikel te schrijven over de huidige COVID-19-situatie voor een geschiedenisboek dat over twintig jaar zal verschijnen. Daarbij moeten ze informatie halen uit drie verschillende nieuwsberichten en/of krantenartikelen die ze zelf zoeken (en vermelden op het einde van hun artikel). Bundel alle teksten op een online platform of maak er samen een (online) krant van.
  • Vraagstukken – Daag kinderen uit om een wiskundevraagstuk te lezen en daarin te onderlijnen wat ze interessant vinden, te fluoriceren wat belangrijk is en te omcirkelen wat ze niet goed begrijpen. Laat leerlingen via sociale media uitwisselen over wat ze aangeduid hebben. Kunnen ze het vraagstuk nu oplossen?
  • Aan de slag! – Via de knutselwerkjes van ‘Aan de slag!’ werk je met je leerlingen aan muzische vorming én aan leesvaardigheid. Twee vliegen in één klap.
  • Huislabo – Verzamel of schrijf instructies voor een aantal eenvoudige proefjes die de leerlingen kunnen uitvoeren met huis-, tuin- en keukenmateriaal. Bezorg de leerlingen de instructies en vraag hen om één van de proefjes uit te voeren en dat te filmen. Lukt het om de proefjes uit te voeren?
  • Let’s move – De filmpjes die de LO-leraar maakt (zie ‘Let’s move!’) kun je ook nog concreet koppelen aan wiskundeonderwijs. Laat leerlingen de meetkundige begrippen aanduiden en tekenen (bv. een hoek van 90°, een loodrecht, twee evenwijdige lijnen…). Natuurlijk spreek je dan best af met je collega LO dat hij/zij kiest voor oefeningen waarin meetkundige begrippen voorkomen.

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: